No images
Koop nu uw droomhuis.
Home > Hypotheek/Financiering > Begrippenlijst
fotobanner_02.jpg
Begrippenlijst

Hieronder vindt u een lijst met veel voorkomende begrippen. Nog geen antwoord gevonden op uw vraag? Kijk dan eens bij Veelgestelde vragen, stel zelf een vraag of zoek contact met een vestiging bij u in de buurt.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Administratiekosten
De kosten die door de hypotheekverstrekker in rekening worden gebracht voor het behandelen van een hypotheekaanvraag.

Afkoopwaarde
Het bedrag dat wordt uitgekeerd bij voortijdige beëindiging van een levensverzekering, bestaande uit de opgebouwde waarde in de polis minus diverse kosten. Voortijdige uitkering kan fiscale consequenties hebben, raadpleeg uw HypotheekNet-adviseur.

Aflossingsschema
De wijze van aflossing bij de verschillende hypotheekvormen.

Aflossingsvrije hypotheek
Een hypotheekvorm waarbij men in principe alleen rente betaalt. Deze hypotheekvorm kan onder bepaalde voorwaarden zelfstandig of in combinatie met andere hypotheekvormen gesloten worden. Meer info

Afsluitkosten
De kosten die door de hypotheekverstrekker in rekening worden gebracht voor het afsluiten van een hypotheek.

Afsluitprovisie
De kosten die door de hypotheekverstrekker in rekening worden gebracht voor het afsluiten van een hypotheek. In de regel is dit 1 procent van het hypotheekbedrag.

Annuïteitenhypotheek
Een verouderde hypotheekvorm waarbij de som van de rente en aflossing, mits de rente gelijk blijft en er geen extra aflossingen worden gedaan. Met het verstrijken van de looptijd neemt het rentebestanddeel af en het aflossingsbestanddeel toe. Meer info

Appartement
Een woning die deel uitmaakt van een gebouw of pand met meerdere woningen. Via de notaris wordt middels een splitsingsakte vastgelegd voor welk deel er aanspraak gemaakt kan worden. Vaak is dit ook na te vragen bij uw makelaar. De splitsingsakte wordt als bijlage bij de koopakte geleverd.

Bankgarantie
Een garantie die de bank namens de koper stelt aan de verkoper, waarmee de verkoper zekerheid heeft dat de koper de overeengekomen koopsom zal voldoen. Hieraan zijn financiële eisen aan gesteld. Meer info

Banksparen
Bij banksparen betaalt u een vast bedrag aan rente voor uw hypotheek en een spaarbedrag voor uw spaarrekening. Gedurende de looptijd van de hypotheek vinden er geen aflossingen plaats, omdat u aan het einde van de looptijd de hypotheek in één keer aflost met het gespaarde bedrag van de rekening. Meer info


Basisrente
De rente die gedurende een bepaalde renteperiode tegen de standaardcondities als het laagste tarief wordt verstrekt.

Belastbaar inkomen
Het inkomen dat gehanteerd wordt voor de heffing van belasting (zie ook boxenstelsel). Het inkomen wordt opgebouwd uit inkomen uit arbeid dan wel vroegere arbeid, eigen woning, bijtellingen (auto van de zaak en eigenwoning forfait) en aftrekposten (betaalde (hypotheek) rente en alimentatie, onderhoudsbijdrage etc.).

Belastingvrije som
Heffingskorting.

Beleggingshypotheek
Hypotheekvorm waarbij de aflossing op de einddatum wordt voldaan uit het rendement van de periodiek gestorte bedragen die belegd zijn door de verzekeraar en waarbij een minimaal te verwachten rendement is vastgesteld. Meer info

Bereidstellingsprovisie
Provisie die moet worden betaald wanneer de koper de geldigheidstermijn van de hypotheekofferte wil verlengen. Dat gebeurt meestal uitsluitend wanneer de rente tijdens die termijn is gestegen.

Boeterente
Bedrag dat de geldverstrekker in rekening brengt bij het vroegtijdig aflossen van de hypotheek wanneer de rentevaste periode nog niet is verstreken en wanneer men geen geldige reden heeft voor aflossing.

Boetevrije aflossing
Op een hypotheek mag een percentage van het oorspronkelijk geleende hypotheekbedrag jaarlijks boetevrij afgelost worden. Meestal ligt dit percentage tussen de 10 procent en 20 procent.

Bouwfinanciering
Als men een nieuwbouwwoning koopt, betaalt men de koopsom in afgesproken termijnen, die in de koop-/aannemingsovereenkomst zijn vastgelegd. De termijnen worden voldaan uit de in depot gestorte hypotheekgelden. Iedere keer als er een termijn voldaan moet worden, wordt hieruit het geld overgeschreven. Over het geld dat in depot staat wordt een vastgestelde rentevergoeding gegeven. Meer info

Bouwrente
Als men een woning koopt die nog gebouwd moet worden, wordt er wel een hypotheek gesloten ter zekerheid. De rente die u dan moet voldoen heet bouwrente. Meer info.

Bouwtermijnen
De termijnen van de totale koop-/aanneemsom die, zoals vastgelegd in de overeenkomst, periodiek in rekening worden gebracht bij de koper van het onroerend goed.

Box I
Dit is binnen het belastingstelsel de belangrijkste box en nagenoeg iedereen krijgt hiermee te maken. Hierin vindt ook de verrekening van de hypotheekrenteaftrek plaats. In box I valt onder andere inkomen uit arbeid, periodieke uitkeringen, gebruik auto werkgever, inkomen uit eigen woning en winst uit onderneming.

Box II
Hierin wordt het aanmerkelijk belang in aandelen belast. Deze box is van toepassing wanneer u in het bezit bent van meer dan 5 procent aandelen van een vennootschap.

Box III
Naast Box I en II hebben we een Box III voor onder andere tegoeden uit sparen en beleggingen en onroerend goed is pas van toepassing als de waarde van de bezittingen minus schulden meer is dan 15.000 euro. De fiscus hanteert dan een vast rendement van 4 procent over het saldo van uw bezittingen en schulden. Dit rendement wordt belast met 30 procent.

Boxenstelsel
Sedert de invoering van de nieuwe belastingwetgeving in 2001 wordt uw inkomen verdeeld over drie boxen. In dit boxenstelsel wordt afzonderlijk het tarief toegepast.

Canon
Als grond door een gemeente in erfpacht is uitgegeven wordt op deze grond een gemeentelijke heffing opgelegd.

Conversiekosten
Kosten die u betaalt wanneer u van een afgesloten rentevaste periode overgaat naar een nieuwe. Ook wel verlengingskosten.

Conversie
Voortzetting van een lopende kapitaalverzekering na wijziging. Dit dient te geschieden binnen vastgestelde fiscale regels.

Courtage
Kosten die de makelaar u in rekening brengt voor verleende diensten. Meer info.

Dagrente
Dit is de rente die op een bepaalde dag geldt voor een nieuw af te sluiten hypotheek met een bepaalde rentevaste periode, of bij verlenging van bestaande hypotheek.

Depotrente
Bouwfinanciering.

Disagio
Door betaling ineens van toekomstige renteverplichtingen vindt afkoop van deze verplichting plaats. Dit was voorheen aftrekbaar voor belasting.

Eigendomsbewijs
Afschrift van het eigendomsbewijs van het kadaster dat gemaakt wordt zodra de transportakte van de woning bij de notaris is ondertekend en de nieuwe eigenaar vervolgens wordt ingeschreven bij het kadaster. De vroegere eigenaar krijgt een vergelijkbaar afschrift dat aantoont dat hij geen eigenaar meer is.

Effecthypotheek
Hypotheek op basis van een eenmalige storting aan het eind van de looptijd waarmee de aflossing plaatsvindt. De hoogte van het stortingsbedrag is bij het aangaan van de hypotheek vastgesteld op basis van een minimaal te verwachten rendement. Het is mogelijk dat het verwachte rendement niet wordt behaald maar ook dat her ruim wordt overschreden.

Effectieve rente
Het daadwerkelijke rentepercentage dat men over zijn schuld betaalt. Hierbij wordt rekening gehouden met het moment waarop de rente is verschuldigd en de (afsluit)kosten. Meer info.

Eigen middelen
Geld dat u in uw huis of hypotheek kunt investeren omdat u dit vrij beschikbaar heeft.

Eigenwoningforfait
Ook wel huurwaardeforfait genoemd. Dit is een fiscale bijtelling op het inkomen, waarmee huiseigenaren betalen voor hun woongenot, dat wordt beschouwd als inkomen in natura. De WOZ-waarde van de woning bepaalt de hoogte van de bijtelling.

Eigenwoningrente
Hierin worden alle leningen die dienen voor aankoop, onderhoud of verbetering aan de woning benoemd. Dus niet alleen de hypotheek waardoor zij in aanmerking komen voor hypotheekrenteaftrek in Box I.

Eindschuld
Bedrag van de oorspronkelijke lening dat nog niet is afgelost aan de hypotheekinstelling op de einddatum van de looptijd.

Erfpacht
Zakelijk recht om het genot te hebben van een aan een ander toebehorend stuk grond. Hiervoor wordt jaarlijks een vergoeding betaald die erfpachtcanon wordt genoemd.

Erfpachtcanon
Gemeentelijke heffing op grond die in erfpacht is uitgegeven.

Executie
Gedwongen verkoop van een object.

Executiewaarde
De waarde van een object bij gedwongen verkoop.

Extra aflossing
Extra aflossing op een lening die u vrijwillig dan wel volgens afspraak met de geldverstrekker doet boven het bedrag dat u in de gekozen leningsvorm moet aflossen.

Extra storting
Extra premiebetaling op de verzekeringspolis die u eerder dan op de einddatum het gewenste eindresultaat oplevert of kan opleveren (interest etc.). U kunt hiermee tevens de looptijd verkorten of de periodieke premie verlagen, mits dit in de polis wordt toegestaan.

Financieringskosten
De kosten die het financieren van de nieuwe woning of van de vervangende hypotheek met zich meebrengt.

Fiscaal voordeel
Het voordeel dat u fiscaal behaalt door minder te betalen loon/inkomstenbelasting en sociale premies in verband met onder andere hypotheekrenteaftrek.

Fiscale schijven
De vastgestelde percentages van belastingheffing over het belastbaar inkomen in het boxenstelsel.

Garantiecertificaat
Een door het Garantie Instituut Woningbouw (GIW) afgegeven bewijs, waarmee wordt aangetoond dat de kwaliteit van een nieuwbouwwoning aan bepaalde vastgestelde normen voldoet. Tevens heeft men met dit certificaat de garantie dat, in geval van calamiteiten met de aannemer, de woning zal worden afgebouwd.

Garantie Instituut Woningbouw (GIW)
Het Garantie Instituut Woningbouw is de verstrekker van het garantiecertificaat. De aangesloten bouwondernemingen worden gecontroleerd op financiële gezondheid en vakbekwaamheid. Tevens beoordeelt het GIW of deze ondernemingen voldoen aan de gestelde bouwkwaliteitsvoorwaarden.

Gemengde verzekering
Verzekering op het leven van verzekeringnemer/verzekerde, waarbij het opgebouwde kapitaal wordt uitgekeerd op een vooraf bepaalde datum, of een vast bedrag wordt uitgekeerd bij overlijden van verzekeringnemer/verzekerde voor deze datum.

Gezondheidsverklaring
Formulier met persoonlijke gezondheidsvragen dat bij de aanvraag van een verzekering met een overlijdens- of arbeidsongeschiktheidsdekking moet worden ingevuld. Afhankelijk van de antwoorden en de hoogte van het verzekerde bedrag kan een aanvullende medische keuring worden verlangd. Meer info.

Grondrente tot transport
De rente die wordt berekend over de grondkosten vanaf de datum van aankoop tot de overdracht bij de notaris.

Heffingskorting
Kortingen op de inkomstenbelasting waaronder algemene korting, arbeidskorting, kinderkorting, combikorting en ouderenkorting. In totaal zijn er 14 kortingsregelingen.

Herbouwwaarde
Het benodigde bedrag om een woning na totaalschade te herbouwen en in dezelfde staat terug te brengen. Deze waarde is nodig voor een opstalverzekering. Meer info.

Hoofdelijke aansprakelijkheid
Bij het aangaan van een hypotheekverplichting zal men de in de hypotheekakte met name genoemde perso(o)n(en) persoonlijk aansprakelijk houden voor de verantwoordelijkheden die uit deze verplichting voortvloeien.

Huurbeding
Beding in de koopovereenkomst waarmee de geldverstrekker, ter zekerheid, de koper een beperking oplegt voor het verhuren van de woning waarop de hypotheek is verstrekt. Zonder toestemming van de geldverstrekker is verhuren dan niet mogelijk.

Huurwaardeforfait
Zie Eigenwoningforfait.

Hybrideverzekering
Verzekering die een combinatie is van sparen en beleggen. Hier kan naast fondsen op basis van beleggingsrendement ook een fonds worden gekozen op basis van een rentevergoeding die gelijk aan de hypotheekrente kan zijn die wordt betaald.

Hypothecaire inschrijving
Het inschrijven van een hypotheek in het hypotheekregister. In dit register wordt het hypotheekbedrag en de naam van de hypotheeknemer opgenomen. Hierin zijn meerdere soorten inschrijving te vinden zoals hypotheek bij de bank en de krediethypotheek.

Hypothecaire lening / Hypotheek
Lening voor een onroerende zaak waarbij deze onroerende zaak tot onderpand en zekerheidstelling dient.

Hypotheekakte
Akte, opgesteld door de notaris, waarin de overeenkomst tussen de koper en de hypotheekinstelling wordt vastgelegd.

Hypotheekaktekosten
De kosten voor het opstellen en passeren van de hypotheekakte alsmede de kosten van inschrijving in het hypotheekregister.

Hypotheekgever
Diegene die de onroerende zaak als onderpand aanbiedt zijnde de geldnemer.

Hypotheeknemer
Diegene die de onroerende zaak als onderpand aanvaardt zijnde de geldgever.

Hypotheekregister
Openbare administratie gevoerd door het kadaster, waarin alle gevestigde hypotheken staan geregistreerd.

Inboedelverzekering
Verzekering tegen brand en andere schade aan roerende zaken.

Kadaster
Instelling waar de eigendom van onroerende zaken is geregistreerd. Ook het hypotheekregister wordt hier bijgehouden.

Kettingbeding
Op het onroerende goed gelegde verplichting die opvolgend wordt opgelegd aan eventuele nieuwe eigenaren.

Keurmerk Hypotheek Bemiddeling
De Stichting Keurmerk Hypotheek Bemiddeling verstrekt dit door onder andere consumentenorganisaties in het leven geroepen keurmerk. Dit keurmerk moet de klant duidelijkheid verschaffen over de professionaliteit en de kwaliteit van hypotheekbemiddelaars. Meer info.

KEW
Verzekering van een object dienende tot hoofdwoning en die gekoppeld is aan een verzekering ofwel Kapitaalverzekering Eigen Woning genoemd. Doordat de verzekering is gekoppeld, is de uitkering vrijgesteld van belasting op de uitkeringsdatum. De fiscus bepaalt jaarlijks de maximale vrijstelling.

Koop-/aanneemsom
Het voor een (nieuwbouw)woning te betalen bedrag.

Koop-/aannemingsovereenkomst
De overeenkomst tot koop van grond en te bouwen woning. Soms ook wel voorlopige koop-/aannemingsovereenkomst genoemd hoewel er wel al contractuele verplichtingen worden aangegaan.

Kosten Nationale Hypotheek Garantie
Kosten die verbonden zijn aan de aanvraag Nationale Hypotheek Garantie. Nationale Hypotheek Garantie

Kosten koper (k.k.)
Bij de overdracht van het object bepaalde kosten die de koper moet voldoen. Overdrachtskosten.

Krediethypotheek
Hypotheekvorm waarbij opname en aflossing tot de hoogte van inschrijving van hypotheek vrij kunnen geschieden.

Levenhypotheek
Hypotheek met door verpanding daaraan gekoppelde levensverzekering. Deze verzekering keert uit aan het einde van de looptijd en/of bij overlijden en zorgt dan dat de hypotheek wordt afgelost. Meer info.

Lineaire hypotheek
Verouderde hypotheekvorm waarbij gedurende de looptijd de brutolast bestaat uit aflossing en rente over het openstaande hypotheeksaldo. Meer info.

Loon(belasting)beschikking
Dit was tot 1999 de manier van vooraftrek van belasting via het loon.

Lijfrente
Bij deze levensverzekering wordt de uitkering van het opgebouwde kapitaal of verzekerde kapitaal bij overlijden periodiek uitgekeerd in vooraf vastgestelde termijnen gedurende een bepaalde looptijd. Binnen deze vorm is er de mogelijkheid de premies af te trekken van de belasting of de uitkering onbelast te maken voor de fiscus.

Lijfrenteaftrek
Vastgestelde maximale bedragen, ook wel tranches genoemd, van aftrekbare premies voor een lijfrentevoorziening.

Makelaarscourtage
Kosten die de makelaar u in rekening brengt voor verleende diensten. Meer info.

Meeneemfaciliteit
Binnen bepaalde grenzen en periode gestelde mogelijkheid om een hypotheek over te zetten naar een andere woning.

Meerwerkkosten
Bij het kopen van een nieuwbouwwoning kunt u buiten datgene dat in het bestek is omschreven bepaalde zaken extra laten uitvoeren. Vaak is dit een luxe keuken, betegeling, aanbouw etc. De kosten hiervan worden buiten de koopaanneemsom om als meerwerk in rekening gebracht.

Nationale Hypotheek Garantie (NHG)
Hierbij wordt de garantie gegeven aan de hypotheeknemer dat de rente en aflossing te allen tijde worden betaald, ook indien de hypotheekgever de hypotheekverplichting niet meer kan opbrengen. De hypotheekinstelling(nemer) geeft hiervoor korting op de hypotheekrente van gemiddeld zo’n 0,5 procent.

Netto-werkelijke rente
De Vereniging Eigen Huis heeft bewerkstelligd dat hypotheek- en kredietverstrekkers duidelijkheid moeten verschaffen over de werkelijke rentekosten. In een percentage worden de werkelijke kosten weergegeven. Dus rente, afsluitkosten, fiscaal voordeel en verzekeringspremie. Meer info.

Nominale rente
De op jaarbasis afgesproken rente die de hypotheekverstrekker aan u berekent. Meer info.

Notariskosten
Kosten die de notaris in rekening brengt voor het opstellen van de hypotheek- en de overdrachtsakte (transportakte). Vaak kan door combinatie van diensten een korting verkregen worden.

Onroerend goed
Grond met opstallen en alles wat aard- en nagelvast is.

Onroerendezaakbelasting (OZB)
Gemeentelijke belasting die geheven wordt op het bezit en/of gebruik van een onroerend goed. Men onderscheidt hierbij een eigenarendeel en gebruikersdeel. Is eigenaar en gebruiker dezelfde persoon, dan worden beide heffingen geheven.

Ontbindende voorwaarden
Voorwaarden binnen de koopovereenkomst op grond waarvan de overeenkomst kosteloos ontbonden kan worden. Dit zijn vaak afspraken inzake het niet verkrijgen van hypotheek. Meer info.

Oplevering
Het moment waarop de woning wordt opgeleverd aan de koper.

Opstalverzekering
Verzekering tegen schade aan de opstal. Deze verzekering kent diverse dekkingsvormen, van brand tot uitgebreide dekking. Meer info.

Opstaprente
Rentebedenktijd.

Optie
Eerste recht van koop waarbij een verkoper zich verbindt het object gedurende een in de overeenkomst genoemde termijn aan de aspirant-koper aan te bieden. De verkopende partij kan het object binnen deze termijn niet aan derden te koop aanbieden.

Overbruggingskrediet
Lening die wordt verstrekt om de periode tussen de aankoop van de nieuwe woning en de verkoop van de oude woning financieel te overbruggen.

Overdraagbare premie
Subsidie die, bij verkoop van een premie-/sociale koopwoning, overdraagbaar is aan de volgende eigenaar.

Overdrachtsakte
Transportakte.

Overdrachtsbelasting
Bij de overdracht van bestaand onroerend goed wordt belasting geheven die 6 procent van de aankoopwaarde bedraagt. Afhankelijk van wat er in de koopovereenkomst is bepaald, komt deze belasting voor rekening van de koper (kosten koper) of van de verkoper (vrij op naam). Voor nieuwbouw is geen overdrachtsbelasting verschuldigd, maar voor het aan- of verkopen van grond kan het wel van toepassing zijn.

Overdrachtskosten
Om onroerend goed op naam gesteld te krijgen zijn er diverse kosten die hetzij door de kopende partij (kosten koper) hetzij door de verkopende partij (vrij op naam) betaald moeten worden. In de koopovereenkomst wordt bepaald wie er betaalt. De overdrachtskosten bestaan uit overdrachtsbelasting en de notariskosten voor het opstellen van de overdrachtsakte.

Overdrachtssubsidie
Wanneer er op het onroerend goed een subsidie gegeven wordt duurt het vaak even voordat deze beschikbaar komt. Wanneer er een verklaring betreffende overdracht van subsidie wordt getekend kan de bank vaak het bedrag van de subsidie voorschieten.

Overheidsbijdrage
De bij sociale koop- of premiewoningen door de overheid toegekende subsidie.

Overhevelingstoeslag
Per 1 januari 2001 is de overhevelingstoeslag verdwenen. De toeslag wordt sinds die datum verwerkt in de brutosalarissen en sociale uitkeringen. Dit wordt de brutering van de overhevelingstoeslag genoemd.

Overlijdensrisicoverzekering
Verzekering die een vooraf vastgesteld kapitaal uitkeert bij overlijden van de verzekerde persoon.

Oversluiten
Het tussentijds opnieuw afsluiten van een hypotheek. Dit gebeurt vaak tegen een andere (lagere) rente en/of voorwaarden. De hypotheekvoorwaarden staan oversluiten overigens niet altijd toe. Meer info.

Oversluitprovisie
De provisie die wordt berekend bij het oversluiten van een hypotheek.

Overstapfaciliteit
De binnen de hypotheekvoorwaarden vastgelegde mogelijkheid om van een variabele naar een vaste rente over te stappen.

Overwaarde
Het verschil tussen de verkoopwaarde van het onroerend goed en de resterende hypotheekschuld.

Pandrecht
Het recht op uitkering van een levens- of opstalverzekering dat, vaak ter zekerheidstelling van de hypotheek, wordt overgedragen aan de hypotheekverlener.

Passeren (verlijden)
Het bij de notaris ondertekenen van de hypotheek- en/of transportakte.

Premiedepot
Een geblokkeerde rekening die aan de hypotheek verpand is. Deze is bedoeld om de premies te betalen van een levensverzekering die aan een hypotheek verpand is. Meer info.

Premiewoning
Nieuwbouwwoning waarop door de overheid premie (subsidie) wordt gegeven die eenmalig of in jaarlijkse termijnen wordt uitgekeerd.

Premiestorting
Extra premiebetaling boven de normaal verschuldigde premie.

Premievrij maken
De premiebetaling van een levensverzekering kan onder voorwaarden op verzoek worden stopgezet. De opgebouwde waarde blijft behouden en de verzekering blijft bestaan. Of men hiervoor in aanmerking komt is afhankelijk van de poliswaarde en van de regels van de belastingwetgeving. Meer info.

Projecthypotheek
Speciaal voor nieuwbouwprojecten aangeboden hypotheek tegen afwijkende voorwaarden zoals lagere rente of afsluitkosten dan normaal. De voordelen vervallen vaak bij renteherziening. Meer info.

Projectrente
Speciaal voor een nieuwbouwproject aangeboden rente die onder bepaalde voorwaarden wordt verstrekt. Meer info.

Pro resto hoofdsom
De resterende hypothecaire schuld na aftrek van alle gedane aflossingen en kosten.

Rechtsbijstandsverzekering
Verzekering tegen kosten van juridische bijstand.

Rekenrente
De rente die een verzekeringsmaatschappij verwacht te kunnen behalen op haar beleggingen. Deze rente is van belang omdat verzekeringsmaatschappijen de ontvangen premies plegen te beleggen. Bij de bepaling van de hoogte van die premies wordt rekening gehouden met de rekenrente. Als het rendement op de beleggingen hoger is dan de rekenrente, ontstaat een voordeel voor de verzekeringsmaatschappij.

Rentebedenktijd
Een periode, vastgelegd in de overeenkomst, waarin men zelf kan bepalen wanneer een nieuwe rentevaste periode ingaat.

Renteherziening
Nieuw rentevoorstel na afloop van de rentevaste periode.

Rentemiddeling
Het gemiddelde van het rentepercentage van de huidige hypotheekperiode en het nieuwe (dag)rentepercentage dat vaak bij een hypotheekverhoging wordt vastgesteld.

Renteopslag
Een opslag boven op het normale rentepercentage. Dit gebeurt vaak om speciale redenen zoals bij het aangaan van een tophypotheek.

Rentevaste periode
De vooraf vastgestelde periode waarin de rente gelijk blijft.

Restschuld
Het resterende deel van de lening na aflossing.

Roerende zaken
Alle zaken die niet aard- en nagelvast verbonden zijn aan het onroerend goed.

Royeren
Het in het hypotheekregister doorhalen van een hypotheek.

Servicekosten
Kosten voor collectief onderhoud, verzekeringen en overige voorzieningen aan wooneenheden zoals flats, appartementen en gesplitste woningen, die worden doorberekend aan de bewoners/eigenaren. De vaststelling van de verdeling van de servicekosten geschiedt aan de hand van een splitsingsakte die wordt opgesteld door de notaris.

Spaarhypotheek
Hypotheekvorm waarbij aflossing plaatsvindt vanuit de uitkering van een gemengde verzekering. De vergoeding over en de berekening van de spaarpremies wordt bepaald aan de hand van de hypotheekrente. Meer info.

Stichtingskosten
De kosten die gemaakt dienen te worden voor de aankoop van een nieuwbouwwoning. Inclusief meer-/minderwerk.

Successierechten
Belasting die de verkrijger van eigendommen voortvloeiend uit erfenis dient te betalen.

Taxatie
Waardebepaling van het onroerend goed door een (beëdigd) taxateur.

Taxatiekosten
Kosten die verbonden zijn aan het taxeren van een onroerend goed.

Testament
Door een notaris vastgelegde verklaring betreffende nalatenschap. Het testament gaat verder dan het wettelijk erfrecht.

Tophypotheek
Hypotheek die hoger is dan de executiewaarde van de woning. Of een tophypotheek wordt verstrekt is afhankelijk van het inkomen. Voor een tophypotheek moet vaak een renteopslagpercentage worden betaald.

Transportakte
De bij de koop en verkoop van onroerende zaken door de notaris opgemaakte overdrachtsakte die ook wordt ingeschreven in het kadaster.

Transportaktekosten
De kosten van de officiële akte die door de notaris wordt opgemaakt bij de overdracht van een woning, vermeerderd met de registratiekosten en de kadastrale rechten.

Tweeverdienershypotheek
Een aan een huishouding met twee vaste inkomens verstrekte hypotheek.

Unit
Aandeel of deelneming in een beleggingsfonds.

Unit linked verzekering
Verzekering op basis van sparen door in één of meer beleggingsfondsen te beleggen. Het te storten spaardeel wordt gebruikt om naar keuze van beleggingsmogelijkheid zoals aandelen, mixfondsen en dergelijke beleggingsaandelen te kopen. Meer info.

Universal-life verzekering
Een verzekeringsvorm met een hoge flexibiliteit in mogelijkheden. In principe koopt men beleggingsaandelen vanuit ingelegde verzekeringspremies, die vervolgens weer verkocht worden om dekkingen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid te kunnen financieren. Meer info.

Variabele rente
Een maandelijks of per kwartaal variërende rente.

Vaste inschrijving
Vastlegging van de inschrijving van een dalend hypotheekrecht in het hypotheekregister. De geldverstrekker mag dan nooit meer vorderen dan de resterende hypotheekschuld op dat moment, vermeerderd met rente en kosten.

Verbeterd Levenhypotheek
Spaarhypotheek.

Vergoeding over grondkosten/bouwtermijnen
Vergoeding over grond- en overige kosten die is vastgelegd in de koop-/aannemingsovereenkomst van een nieuwbouwwoning.

Vereniging van Eigenaren
Vereniging waarvan woningeigenaren verplicht lid zijn, wanneer het eigendom van het onroerend goed over meerdere eigenaren is verdeeld, zoals bijvoorbeeld bij flats, appartementen en gesplitste woningen.

Vermogensrendementsheffing
De wijze waarop in Box III het vermogen minus de schulden wordt belast.

Verpanding
Het verbinden van een levensverzekering aan een hypotheek als aflossingsverplichting. De verbinding is onlosmakelijk.

Verwervingskosten
De totale kosten van het verwerven (kopen) van een onroerend goed.

Voorfinanciering
Het voorschieten door de bank van subsidie op premiewoningen of (sociale) koopwoningen die vervolgens tussen de bank en de overheid wordt verrekend.

Voorlopig koopcontract
Vastgelegde koopovereenkomst die voorafgaat aan de eigendomsoverdracht bij de notaris, en waarin meestal de ontbindende voorwaarden zijn opgenomen.

Voorlopige teruggaaf
Belastingvoordeel ten gevolge van onder andere renteaftrek dat, vooruitlopend op de aangifte inkomstenbelasting, maandelijks door de fiscus wordt uitgekeerd. Meer info.

Vrij op naam (v.o.n.)
Koopsom van nieuwbouwwoningen, waarbij de overdrachtskosten en BTW zijn inbegrepen. Overdrachtskosten.

Vrijesectorwoning
Nieuwbouwwoning in een bepaalde uitvoeringsklasse, vaak luxer en duurder, die daardoor geen premiewoning of sociale koopwoning is.

Vrije verkoopwaarde / Vrijwillige onderhandse verkoopwaarde
Waarde van het onroerend goed als dit vrij van bezwaren kan worden verkocht.

Wet brede herwaardering
Verzekeringswet die van 1992 tot en met 2000 de vermogensopbouw via kapitaalverzekeringen regelde. Sedert de belastingherziening in 2001 is de inhoud van deze wet gedeeltelijk opgenomen in het nieuwe boxenstelsel in Box I en Box III middels overgangsrecht en vaste bepalingen en vrijstellingen.

Waarborgsom
Zekerheidstelling bij de aankoop van, vaak een bestaande, woning waarbij de koper een percentage van de koopsom (tot ca. 10 procent) overmaakt aan de notaris. Gesteld ten behoeve van de verkoper en geldig tot de transportdatum. De zekerheidstelling kan tevens door middel van een bankgarantie geschieden.

Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ)
De waarderingsgrondslag van de woning die door de gemeente middels een taxatie wordt bepaald. Op basis van deze grondslag worden de onroerendezaakbelasting en het eigenwoning forfait vastgesteld. De hoogte van de WOZ-waarde en van eventuele toeslagpercentages variëren per gemeente.